✕
✕

Welke encryptieoplossing past bij een netwerk van 100G of 400G?

27 september 2026 | John van Lopik

De juiste encryptieoplossing voor een 100G- of 400G-netwerk hangt af van twee factoren: waar je de encryptie wilt toepassen in het OSI-model en hoeveel latency je kunt accepteren. Voor hogesnelheidsverbindingen geldt als vuistregel dat layer 1-encryptie de laagste overhead biedt, terwijl layer 2-encryptie meer flexibiliteit geeft bij complexere netwerktopologieën. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over encryptie in high-speed netwerken, zodat je een gefundeerde keuze kunt maken.

Wat zijn de verschillen tussen layer 1- en layer 2-encryptie?

Layer 1-encryptie versleutelt het volledige optische signaal op fysiek niveau, nog voordat data wordt omgezet naar pakketten. Layer 2-encryptie werkt op het Ethernet-niveau en versleutelt frames tussen netwerkapparaten. Het belangrijkste verschil: layer 1 biedt de laagste latency en hoogste transparantie, terwijl layer 2 meer granulariteit en beheersbaarheid biedt in complexere netwerken.

Bij layer 1-encryptie wordt het signaal op de glasvezel zelf beveiligd. Dit maakt het onzichtbaar voor aanvallers die fysieke toegang proberen te krijgen tot de kabel. Alle data, inclusief protocolinformatie en metadata, wordt versleuteld. Dat maakt layer 1 bijzonder geschikt voor point-to-pointverbindingen waarbij maximale vertrouwelijkheid vereist is.

Layer 2-encryptie, ook wel MACsec genoemd, werkt op Ethernet-frameniveau. Hiermee kun je encryptie toepassen op specifieke VLAN’s of verbindingen binnen een breder netwerk. Dit geeft meer controle: je kunt kiezen welke datastromen je versleutelt en welke niet. Dat maakt layer 2 aantrekkelijk voor organisaties met een gevarieerde netwerktopologie, zoals multipointomgevingen of netwerken met meerdere locaties.

Hoe beïnvloedt encryptie de prestaties van een 100G- of 400G-verbinding?

Moderne hardwaregebaseerde encryptie heeft bij 100G en 400G nauwelijks merkbare impact op de doorvoersnelheid. De latency die encryptie toevoegt ligt bij kwalitatieve oplossingen onder de microseconde. Softwarematige encryptie daarentegen kan wel degelijk een bottleneck vormen bij zulke hoge snelheden en is in de meeste gevallen ongeschikt voor 100G en hoger.

Het sleutelwoord hier is hardware-offloading. Bij dedicated encryptiehardware wordt het versleutelingsproces volledig afgehandeld door gespecialiseerde chips, los van de algemene processorkracht van het netwerkapparaat. Dit zorgt ervoor dat de encryptie lijnsnelheid haalt, ook bij 400G. De impact op het netwerk is dan verwaarloosbaar.

Toch zijn er aandachtspunten. Encryptie voegt overhead toe aan elk frame of pakket in de vorm van authenticatietags en headers. Bij layer 2-encryptie (MACsec) is dit doorgaans 32 bytes per frame. Op een 400G-verbinding is dit effect minimaal, maar bij systemen die al op de grens van hun capaciteit werken, is het verstandig om dit mee te rekenen in je bandbreedteplanning.

Welke encryptiestandaarden zijn geschikt voor hogesnelheidsnetwerken?

Voor 100G- en 400G-netwerken zijn de meest gangbare standaarden MACsec (IEEE 802.1AE) voor layer 2 en OTN-gebaseerde encryptie voor layer 1. Beide standaarden ondersteunen AES-256 als versleutelingsalgoritme, wat momenteel als de industriestandaard geldt voor sterke beveiliging bij hoge doorvoersnelheden.

MACsec voor layer 2

MACsec is breed ondersteund in moderne switches en routers en biedt point-to-point- en point-to-multipointencryptie op Ethernet-niveau. De standaard is schaalbaar en werkt goed in combinatie met bestaande netwerkinfrastructuur. Partners als Cisco en Huawei ondersteunen MACsec in hun high-speed portfolio’s.

OTN-encryptie voor layer 1

Optical Transport Network (OTN)-encryptie is de standaard voor glasvezelverbindingen op layer 1. Het versleutelt het volledige transport, inclusief overhead en protocolinformatie. Dit maakt het bijzonder geschikt voor langeafstandsverbindingen en kritieke infrastructuur waar zelfs metadata vertrouwelijk moet blijven. Met het oog op kwantumdreiging is het daarnaast verstandig om te kijken naar kwantumbestendige encryptie, waarbij algoritmen worden ingezet die bestand zijn tegen toekomstige rekenkracht van kwantumcomputers.

Wanneer kies je voor point-to-point versus multipoint-encryptie?

Point-to-pointencryptie is de juiste keuze wanneer je twee vaste locaties met elkaar verbindt en maximale beveiliging en minimale latency nodig hebt. Multipoint-encryptie past beter bij netwerken met meerdere locaties die onderling communiceren, zoals een organisatie met meerdere kantoren of datacenters die via een gedeeld netwerk zijn verbonden.

Bij point-to-pointverbindingen is de encryptiesleutel uitsluitend bekend bij de twee eindpunten. Dit maakt het eenvoudiger te beheren en inherent veiliger. Layer 1-encryptie is hier vaak de aangewezen keuze, zeker bij dedicated glasvezelverbindingen.

Multipoint-encryptie vereist een sleutelbeheerinfrastructuur die meerdere eindpunten ondersteunt. MACsec op layer 2 is hier beter voor uitgerust, omdat het sleuteldistributie via protocollen als MKA (MACsec Key Agreement) ondersteunt. Houd er rekening mee dat multipoint-encryptie meer complexiteit met zich meebrengt in beheer en configuratie. Een robuuste monitoring- en beheeroplossing is dan geen luxe, maar een noodzaak.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij encryptie in kritieke infrastructuur?

Bij kritieke infrastructuur gelden drie prioriteiten: beschikbaarheid, vertrouwelijkheid en aantoonbare compliance. Encryptie mag nooit ten koste gaan van de uptime van het netwerk. Kies daarom altijd voor hardwaregebaseerde oplossingen met redundantie, en zorg dat sleutelbeheer en herstelprocessen goed zijn ingericht voor het geval een apparaat uitvalt.

Compliance is een tweede aandachtspunt. Sectoren als energie, transport en zorg hebben te maken met specifieke regelgeving rondom databeveiliging. In 2026 zijn de eisen vanuit NIS2 en sectorspecifieke wetgeving verder aangescherpt. Encryptieoplossingen moeten aantoonbaar voldoen aan deze normen, inclusief auditlogs en certificering van de gebruikte algoritmen.

Een derde punt is fysieke beveiliging van de glasvezelverbinding zelf. Encryptie beschermt de data, maar een aanvaller die fysieke toegang heeft tot de kabel kan in theorie proberen het signaal af te tappen. Realtime glasvezelbewaking detecteert dit soort pogingen direct, zodat je snel kunt ingrijpen. Encryptie en fysieke monitoring versterken elkaar en vormen samen een volledige beveiligingslaag.

Tot slot: sleutelbeheer is vaak het kwetsbaarste onderdeel van een encryptieoplossing. Zorg voor een duidelijk beleid rondom sleutelrotatie, opslag en herstel. In omgevingen waar continuïteit cruciaal is, is out-of-bandbeheer van encryptieapparatuur aan te raden, zodat je ook bij netwerkproblemen toegang houdt tot de beheerfuncties.

Hoe kies je de juiste encryptieoplossing voor jouw netwerkscenario?

De keuze voor de juiste encryptieoplossing begint bij vier vragen: op welke laag wil je encryptie toepassen, hoeveel latency is acceptabel, hoe complex is je netwerktopologie en welke compliance-eisen gelden er? De antwoorden op die vragen bepalen samen of layer 1- of layer 2-encryptie, en point-to-point of multipoint, het beste bij jouw situatie past.

Een praktische manier om dit te structureren:

  • Dedicated point-to-pointglasvezelverbinding, maximale beveiliging vereist: kies voor layer 1-encryptie met OTN-standaard.
  • Meerdere locaties, gedeeld netwerk, flexibel beheer gewenst: kies voor layer 2-encryptie op basis van MACsec.
  • Kritieke infrastructuur met strikte compliance-eisen: combineer encryptie met realtime bewaking en out-of-bandbeheer.
  • Toekomstbestendigheid als prioriteit: overweeg kwantumbestendige algoritmen naast de huidige AES-256-standaard.

Wil je weten welke encryptieoplossingen concreet aansluiten bij jouw netwerk en snelheidsvereisten? We helpen je graag bij het in kaart brengen van de juiste aanpak, van advies tot implementatie.

Slimme verbindingen voor jouw organisatie

Wil je meer weten over wat we voor jouw IT-organisatie kunnen doen? Onze experts helpen je graag!

✕